# Regenboogflits en het Verdwijnende Goud
Er was eens een klein eenhoorntje dat Regenboogflits heette. Hij leefde in de wonderbaarlijke Wolkenvallei, een magisch land hoog boven de bergen waar zachte, roze wolken onder je hoeven voelden als de fijnste zijde. Regenboogflits was anders dan alle andere eenhoorns. Terwijl zijn vriendjes graag rustig in de zon stonden, kon Regenboogflits simpelweg niet stilzitten. Hij was ongelooflijk snel en behendig, sneller dan wie ook in heel de vallei. Zijn manen waren het mooiste wat je ooit had gezien - ze golfden in alle kleuren van de regenboog: rood, oranje, geel, groen, blauw en paars.
Maar er was nog iets magisch aan Regenboogflits, iets wat geen ander eenhoorn kon doen. Door zijn bijzondere snelheid kon hij geheimzinnige kleuren zien die helemaal niet op een normale regenboog hoorden. Kleuren die je geen namen kon geven. Kleuren die glinterden als diamanten onder water, die schitterden als sterren in de nacht, en die gloeiden als zachte dromen. Deze onmogelijke kleuren verschenen alleen als Regenboogflits hard genoeg rende langs de kristalheldere bronnen in de vallei.
Elke ochtend stond Regenboogflits op en rende hij zo snel als hij kon langs de regenbogen. Hij zag die geheimzinnige, naamloze kleuren dansen en spelen in het licht. Het maakte hem ongelooflijk gelukkig. Het voelde als magie, mysterie en wonder allemaal tegelijk.
Maar op een ochtend gebeurde er iets vreemds.
Regenboogflits rende zoals altijd langs zijn favoriete regenbogenbron - de grootste en mooiste van heel de vallei - en hij zag iets wat hem deed schrikken. Een van de geheimzinnige kleuren was weg! Daar waar normaal een glinsterend, glimmend licht danste, was nu niets meer. Alleen leegte.
"Dat kan niet," fluisterde Regenboogflits verlegen tegen zichzelf. Zijn oren gingen naar beneden en zijn stem werd heel klein. Regenboogflits was eigenlijk best schuchter, ondanks dat hij zo snel kon rennen. "Waar is de kleur van het glinster-dromen-goud gebleven?"
Hij rende naar de andere regenbogen in de vallei. Bij elke bron zag hij hetzelfde verschrikkelijke gebeuren. De geheimzinnige kleuren verdwenen een voor een. Het glinster-dromen-goud was weg. Het ster-schitter-zilver was verdwenen. Zelfs het zachte spook-groen en het hemel-whisper-blauw waren niet meer te zien.
Regenboogflits voelde zich heel erg bezorgd. Deze kleuren waren niet zomaar mooi - ze waren de essentie van alle magie in de Wolkenvallei. En als ze verdwenen, zou alle magie uit het land wegvloeien. Dan zou de vallei niet meer zo wonderbaarlijk zijn. De roze wolken zouden grijs worden, de regenbogen zouden vervagen, en de hele wereld zou dof en saai worden.
"Ik moet uitzoeken wat er gebeurt," zei Regenboogflits tegen zichzelf, terwijl zijn regenboogmanen in de wind wuifden. "Ik moet de anderen waarschuwen!"
Hij rende zo snel als hij kon naar het hart van de vallei, waar alle andere eenhoorns bijeenkwamen. Zijn vriendjes waren daar, net als de wijze Oudste Eenhoorn, die al honderd jaar in de vallei woonde.
"De kleuren verdwijnen!" riep Regenboogflits, terwijl hij bijna ademloos aankwam. "De geheimzinnige kleuren, ze zijn bijna allemaal weg!"
De andere eenhoorns keken elkaar verward aan. "Welke kleuren?" vroeg een klein eenhoorn met roze vlekken.
"De... de onmogelijke kleuren," zei Regenboogflits verlegen. "Die je normaal niet kunt zien."
"Maar Regenboogflits," zei de Oudste Eenhoorn langzaam, "jij bent de enige die die kleuren kan zien. Hoe kunnen wij weten of ze verdwenen zijn als we ze niet kunnen zien?"
"Omdat ik ze kan zien!" zei Regenboogflits. "En ik weet dat ze heel belangrijk zijn voor de magie van onze vallei. Als ze helemaal weg zijn, gebeurt er iets ergs!"
De Oudste Eenhoorn knikte wijselijk. "Dan moeten we je vertrouwen, Regenboogflits. Jij bent het enige wat ons kan helpen. Jij bent de enige die snel genoeg bent om het geheim van deze verdwijnende kleuren te ontdekken."
Regenboogflits' hart klopte sneller. Hij was eigenlijk heel verlegen en hield niet ervan om veel aandacht te krijgen, maar hij wist dat dit heel belangrijk was. Hij galoppeerde weg, sneller dan hij ooit eerder gerend had.
Hij rende langs alle regenbogenbronnen in de vallei. Hij rende naar het Noorden, waar de regenbogen zilverig glinsterden. Hij rende naar het Zuiden, waar de regenbogen gouden gloed hadden. Hij rende naar het Oosten en het Westen, steeds sneller, steeds op zoek naar een aanwijzing.
Toen, bij de geheimzinnigste regenbogenbron van allemaal - de bron diep in het Kristalwoud - zag hij iets heel vreemds. Er was een klein, glimmend spoor dat de grond in voerde. Het spoor glinsterde in de onmogelijke kleuren! Het was alsof iemand of iets de geheimzinnige kleuren aan het raken was.
Regenboogflits volgde het spoor dieper en dieper in het woud. Zijn hoeven klakten snel op de wolkachtige grond. Dieper en dieper ging het, totdat hij in een grote grot kwam. En daar, in het midden van de grot, zag hij het onmogelijke.
Een klein, zilverachtig wezen zat op zijn knieën bij een enorme kristallen vat. Het was bijna onzichtbaar, maar Regenboogflits kon het zien dankzij zijn snelheid. Het wezen haalde voorzichtig de geheimzinnige kleuren uit de regenbogen en verzamelde ze in het vat.
"Stop!" riep Regenboogflits. "Wat ben je aan het doen?"
Het wezen draaide zich om en keek naar Regenboogflits. En toen gebeurde iets wat Regenboogflits helemaal niet had verwacht. Het wezen... begon te glimmen en langzaam veranderde het in iets wat hij kende.
"Regenboogflits," zei het wezen, en de stem klonk voorkwam him bekend voor. "Het spijt me."
"Ben jij..." Regenboogflits' hart bonsde. "Ben jij ik?"
Ja. Het andere wezen was een versie van Regenboogflits zelf. Maar deze Regenboogflits zag er oud uit, moe, en heel erg verdrietig.
"Ik ben jij," zei de oude Regenboogflits. "Uit de toekomst. Ik ben hier gekomen om de magische kleuren te verzamelen. Niet omdat ik slecht ben, maar omdat... omdat ik de toekomst probeer te redden."
"Maar je vernietigt de magie!" zei de jonge Regenboogflits. "Je maakt de vallei kapot!"
"Nee," zei de oude Regenboogflits met tranen in zijn ogen. "In de toekomst gebeurt er iets veel ergers. De vallei wordt aangevallen door de Donkerte - een kracht die alle kleur en alle magie weg wil nemen. De enige manier om eraan te ontkomen is om alle magische kleuren veilig te bergen, ze op te slaan totdat we ze nodig hebben. Dan kunnen we de Donkerte bestrijden en onze vallei redden."
"Maar hoe kan ik dit stoppen?" vroeg de jonge Regenboogflits. "Als ik de kleuren niet verzamel, wordt alles donker?"
"Je kunt dit niet stoppen," zei de oude Regenboogflits. "Maar je kunt het beter doen. In plaats van de kleuren weg te nemen en ze begraven, kunnen we ze leren beschermen. Je kunt de andere eenhoorns leren zien wat ik zie. Je kunt hen sneller maken, of hun op andere manieren helpen. Als we allemaal samen de magie beschermen, zullen we veel sterker zijn tegen de Donkerte."
De jonge Regenboogflits' ogen werden groot. "Ik kan hen helpen?"
"Ja," zei de oude Regenboogflits. "Dat is het enige wat kan werken. Liefde, vriendschap en samenwerking zijn sterker dan enige magie. Dat heb ik in mijn lange leven geleerd."
De jonge Regenboogflits galoppeerde zo snel terug naar zijn vriendjes dat hij bijna vliegen leek. Hij vertelde alles wat hij had ontdekt - niet alleen over de verdwijnende kleuren, maar ook over de toekomst, over de Donkerte, en over wat ze konden doen.
Alle eenhoorns werkten samen. De snelle Regenboogflits leerde hen hoe ze scherper konden kijken, hoe ze de magic van de vallei konden voelen. De sterke eenhoorns leerden hoe ze de regenbogen konden beschermen. De wijze Oudste Eenhoorn leerde hen oude spreuken om de magie sterker te maken.
En samen maakten ze iets wonderbaarlijks. Ze creëerden een cirkel van liefde en vriendschap rond elke regenbogenbron. En door die kracht werden de geheimzinnige kleuren niet alleen teruggebracht - ze werden nog veel sterker en mooier.
Toen Regenboogflits die nacht naar de hemel keek, zag hij de oude versie van zichzelf voorbij galopperen, terug naar de toekomst. En hij glimlachte.
De Wolkenvallei was gered. De magie was gered. En Regenboogflits, hoewel hij verlegen was, had ontdekt dat hij iets wonderbaarlijks kon doen: hij kon anderen helpen de magie te zien.
En voortaan, elke dag, rende Regenboogflits niet alleen langs de regenbogenbronnen. Hij rende samen met zijn vrienden, en zij zagen samen de geheimzinnige kleuren dansen en spelen in het licht.
De vallei bleef magisch. Het mysterie bleef. En het wonder bleef voor altijd.